Afdeling voor vrijeschoolonderwijs van BC Broekhin



Bildung

In het vrijeschoolonderwijs gebruiken we het onderwijs om op te voeden. We gaan uit van de centrale vraag wat het kind nodig heeft om op te groeien en zich te ontwikkelen. Het vrijeschoolonderwijs wil 'een vuur ontsteken': ze is er om kinderen tot nadenkende burgers op te voeden die later in staat zijn een zinvol bestaan te leiden en daarmee bij te dragen aan de samenleving, en met bijbehorende diploma's.

De vrijeschool wil breed en vormend onderwijs zijn met aandacht voor:

  • cultuur, creativiteit en innovatief vermogen
    sociale vaardigheden en empathie
    openheid van geest en tolerantie voor afwijkende standpunten
    het stimuleren van vragen stellen en kritisch kijken
    het stimuleren van individuele verbeeldingskracht en eigen verantwoordelijkheid.


Vorming vraagt om leraren die een voorbeeldfunctie kunnen innemen, om mensen met passie, die weten te inspireren door hun enthousiasme. Zo'n leraar geeft aan zijn leerlingen iets mee voor het leven



Verbinding

Kenmerkend voor het vrijeschoolonderwijs is het gevoel van kleinschaligheid, de menselijke maat, een warme en persoonlijke aandacht. En verbinding. Kennis wordt pas van belang als het de leerling raakt en er een verbinding wordt gemaakt met de wereld om hem heen. Op een vrijeschool willen we het kind dan ook intrinsiek en niet extrinsiek motiveren. De leraren bieden hen zorg en steun waarin duidelijke, hoge en eerlijke verwachtingen gelden.

Bij verbinding hoort ook acceptatie: jongeren die zich geaccepteerd voelen en gezien weten zijn sterker gemotiveerd, meer betrokken bij het leren en meer begaan met het schoolleven. En dat is van directe invloed op de schoolprestaties, want die verbeteren daardoor aantoonbaar. Ook wordt er veel waarde gehecht aan een stevige band tussen ouders en school. Samen voeden we het kind op en daarom willen we nadrukkelijk proberen om naast en niet tegenover ouders te staan.


Periodeonderwijs


Elke lesochtend begint met een periode: een blokuur waarin een onderwerp gedurende drie aaneengesloten weken centraal staat. De periode wordt door één leraar gegeven, in het vaste lokaal van de klas. Periodeonderwijs brengt een grote verbinding tot stand tussen leerling en leraar. Er komen ook onderwerpen aan bod zoals bijvoorbeeld astronomie, filosofie en voedingsleer. De leerlingen maken zelf aantekeningen die ze gedurende de periodeweken heel netjes verwerken in een periodeschrift. De leraar in kwestie geeft iedere leerling woordelijk feedback op het (vaak prachtige) eindresultaat. 

'School als kweekvijver'

We geloven in talent dat zich ontwikkelt met de jaren. De vrijeschoolafdeling kiest derhalve voor heterogene groepen: om leerlingen zo lang mogelijk een kans te geven. In Europa is het gemeengoed dat leerlingen van alle niveaus (vmbo-t, havo en vwo) bij elkaar in de klas zitten. Vanwege de voordelen die aantoonbaar optreden in het sociale leven van de groep en omdat bij heterogeniteit de leerprestaties omhoog gaan
In de bovenbouw (klas 10, 11 en 12) is het leerplan gepersonaliseerd.


Lokalen

De klassenmentoren van de klassen 7, 8 en 9 hebben ieder een vast lokaal, de leerlingen volgen daar het merendeel van de lessen; de vakleraren komen ernaartoe.
De leerlingen van klas 10, 11 en 12 werken in een aantal vaste, aan elkaar grenzende lokalen. Aan elke vakles is via het rooster een lokaal toegewezen.
Voor het gezamenlijk volgen van de ambachtelijke en creatieve kunstvakken, muziek en lichamelijke opvoeding worden alle leerlingen verwacht in de hiervoor ingerichte lokalen en buitenruimtes.


Praktische inrichting van het onderwijs

Het onderwijs is ritmisch door een afwisseling in 'hoofd, hart en handen'.

In de klassen 7, 8 en 9 volgen de leerlingen naast het periodeonderwijs alle schoolvakken. Het onderwijs is in deze leerjaren docentgestuurd. De vaklessen zijn vastgelegd in een dag- en weekrooster en duren elk 50 minuten. Er zijn geen tussenuren gepland.
Vanaf klas 10 omvat het dag- en weekrooster naast het periodeonderwijs alleen de vakken uit het gekozen profiel. Het onderwijs is in de bovenbouwjaren leerlinggestuurd: de vakexperts bieden in een uur van 50 minuten zowel gegroepeerd onderwijs aan als persoonlijke begeleiding. De geplande tussenuren in het dagrooster worden op school besteed met zelfstandig werken; er wordt dan onder toezicht individueel gewerkt of samengewerkt om vooruitgang te boeken in de leerstof. Een adequate, persoonlijke begeleiding wordt gerealiseerd middels veelvuldige één op één gesprekken met de eigen mentorcoach.


Kwalificatie

Op een vrijeschool gaat het ook om leerdruk. Het diploma wordt in de loop van de schoolloopbaan geleidelijk aan belangrijker. De nadruk op prestaties gaat hand in hand met het willen verhogen van de betrokkenheid. Die combinatie is van vitaal belang.
Er zijn duidelijke leerdoelen en eisen geformuleerd waarop leerlingen worden beoordeeld. De school verwacht dat leerlingen hun best doen, inzet is wat telt. Er wordt veel waarde gehecht aan goede prestaties, met half werk wordt derhalve geen genoegen genomen.

In de klassen 7 en 8 worden er geen cijfers maar een woordrapportage gegeven: omdat niet het product maar het leerproces voorop staat. Deze rapportage, dan wel de cijferrapportage in de hogere klassen, wordt toegevoegd aan het portfolio. Het is een map waarin de leerling werken verzamelt waar hij trots op is.
Vanaf klas 9 wordt de nadruk op prestaties groter. Een beperkt aantal cijferrapportages wordt geïntroduceerd en aan het einde van het schooljaar volgt een definitief advies voor de bovenbouw. Ook wordt er een profiel gekozen.

In juli 2017 sloten de eerste vmbo-t leerlingen van de 10e klas met goed gevolg hun middelbareschooltijd af  met het CITO-eindexamen. In de zomer van 2018 volgden de tweede lichting vmbo-t en de eerste lichting havo dit voorbeeld op.





© BC Broekhin Roermond | Contactgegevens |