A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z


A
AAW - Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. De AAW maakt plaats voor een nieuwe wet. Jonge patiënten ("jonggehandicapten") zonder arbeidsverleden moeten een beroep doen op een nieuwe wet: de Wajong. Deze Wet (Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jong-gehandicapten) neemt de plaats in van een deel van de AAW, die als volksverzekering verdwijnt. Voor mensen die al een AAW-uitkering hebben, verandert er niets.

ABW - Algemene Bijstandswet. Wanneer iemand geen recht heeft op een uitkering via de sociale zekerheidswet, of deze uitkering te laag is, kan men een beroep doen op één van de sociale voorzieningen. De Algemene Bijstandswet (ABW) is hier de bekendste van. Dit is het laatste sociaal vangnet voor mensen zonder inkomsten, arbeidsverleden en voor langdurig werklozen.

Accijnzen - Prijsverhogende belasting over een consumptiegoed. Het is een instrument van de overheid om de consumptie af te remmen; bijvoorbeeld: de accijns op alcohol, tabak en benzine.

Agenda-functie - De media kunnen de aandacht zodanig op een onderwerp vestigen, dat de aandacht van de mensen ook op dat onderwerp gevestigd wordt. Waren mensen aanvankelijk nauwelijks geïnteresseerd in het onderwerp, nadat de media er veel aandacht aan heeft besteedt, vinden mensen het onderwerp belangrijk. Ook de politiek kan het onderwerp hoger op haar "agenda" zetten wanneer de media veel aandacht aan het onderwerp besteden.

Alfabetisering - Het proces waarin de bevolking van een land leert lezen en schrijven.

Allochtonen - Mensen die zelf niet of van wie de ouders niet in Nederland zijn geboren.

Anarchisme - Leer die elke vorm van autoriteit afwijst, maar vooral die van de staat. De mens zal zonder dwang komen tot samenwerking met anderen.

ANW - Algemene Nabestaanden Wet. De ANW is een uitkering voor weduwen en wezen, die hun partner of ouder hebben verloren.

AOW-uitkering - Uitkering die iedereen krijgt vanaf zijn 65e levensjaar.

Arbeidsverdeling - De verdeling van de arbeidstaken over individuen en groeperingen in een samenleving.

Arbo-dienst - Bedrijf dat voor andere bedrijven wettelijke verplichte taken kan verzorgen die op het gebied van ziekteverzuim en goede werkplekomstandigheden liggen.

Asielzoeker - Persoon die in een ander land om een verblijf vraagt omdat hij in zijn eigen land niet veilig is.

Autochtonen - Mensen die zelf en van wie de ouders in Nederland zijn geboren.

AWBZ - Algemene wet bijzondere ziektenkosten. De AWBZ dekt kosten die door het ziekenfonds of particuliere verzekeringen niet vergoed worden.

B
Belastingen - Heffingen door de overheid dwangmatig opgelegd, zonder dat er voor de belastingbetaler een individueel aanwijsbare tegenprestatie tegenoverstaat. De belastingen zijn te verdelen in de directe belastingen en de indirecte belastingen.

Belastingfraude - Valsheid in geschrifte inzake de belasting: men manipuleert zijn financïele administratie, zodat men minder hoeft af te staan aan de belasting of dat men meer belastinggeld terug krijgt.

Bijstandsuitkering - Een bijstandsuitkering is wettelijk geregelde financiële hulp aan mensen die over onvoldoende middelen beschikken om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van burgerlijke staat en woonsituatie.

Buitenkerkelijken - Mensen die niet zijn aangesloten bij een geloofsgemeenschap.

C
CAO's - Collectieve arbeidsovereenkomst; geldt altijd voor een groep werknemers (van een groot bedrijf of bedrijfstak). Een CAO bevat zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden. De primaire arbeidsvoorwaarden hebben betrekking op loon of salaris, de secundaire op bijkomende materiële en immateriële vormen van beloning, zoals bonussen, pensioenvoorzieningen en vakantiedagen.

Censuur - toezicht van de staat of de kerk op wat gepubliceerd wordt.

Christen-democratie - Partijen die vanuit een Christelijke visie in het democratische bestel zetelen. Christen-democratische partijen hechten veel waarde aan het gezin en Christelijke normen en waarden.

Cohesie - Een bepaalde mate van stabiliteit en samenhang in de samenleving.

Collectieve goederen - Goederen die naar hun aard niet te splitsen zijn in individueel leverbare eenheden. De gebruiker kan er dan ook geen prijs per eenheid voor betalen en daarom worden ze uit de algemene middelen van de overheid gefinancierd. Men kan ook niet van consumptie worden uitgesloten. Enkele voorbeelden zijn: defensie, politie (veiligheid), rechtspraak, bestuur, preventieve geneeskunde, straatverlichting, zeeweringen.

College van Gedeputeerde Staten - Het College van Gedeputeerde Staten vormt het dagelijks bestuur van de provincie.

Commerciële omroepen - Televisie- en radio-omroepen die enkel vanuit winstoogmerk programma's maken.

Commissaris van de koningin - Voorzitter van Provinciale Staten en van Gedeputeerde Staten. Hij of zij wordt niet gekozen, maar van rijkswege benoemd, bij Koninklijk Besluit.

Communisme - Een vorm van socialisme waarbij de productiefactoren namens het volk beheerd worden door de staat. Particulier eigendom is (in principe) niet toegestaan.

Confessionalisme - De opvatting dat het geloof zowel in het persoonlijke leven als in de samenleving vooropgesteld moet worden.

Confessionele politieke partijen - Politieke partijen die hun politiek handelen baseren op de bijbel. De basis van de partij is gestoeld op geloofsbelijdenis.

Conservatisme - Politieke stroming die zich uitspreekt voor een sterk gezag van de koning en geringe volksinvloed. Men houdt vast aan traditionele politieke en maatschappelijke denkbeelden.

Constitutionele monarchie - Monarchie met een koning(in) als staatshoofd. De taken van de koning(in) staan in de grondwet.

Consumptiegoederen - Goederen die door een consument/gezin zijn aangeschaft om behoeften te bevredigen

Conventionele participatie - Deelname aan de politiek door middel van het stemmen op een partij, het lid worden van een politieke partij en de politiek volgen.

Correctief niet-bindend referendum - Volksstemming waarbij het volk nadat een wet is aangenomen mag stemmen over het wel of niet doorvoeren van de wet. De uitkomsten van het referendum zijn niet bindend. Dit betekent dat de wet alsnog doorgevoerd kan worden door de volksvertegenwoordiging, ook al stemt het volk tegen.

Culturele diversiteit - Verschillen in cultuur. Zo houdt dat voor de media in dat er aan verschillende soorten cultuur aandacht besteed wordt of dat er verschillende progrmma's gemaakt worden, zoals documentaires, soaps en talkshows.

Culturele hulpbronnen - Hulpbronnen zoals opleiding en opvoeding. Deze hulpbronnen zijn nodig bij het vinden van een baan, deelname aan cultuur etcetera.

Culturele participatie - De mate waarin mensen gebruik maken van culturele voorzieningen, zoals het museum en het theater.

D
Democratie - Letterlijke betekenis: Het volk heerst. Regeringsvorm waarin (a) een meerderheid beslist, (b) de rechten van minderheden gewaarborgd zijn en (c) de waarden vrijheid en gelijkheid in bepaalde mate gerespecteerd worden.

Discriminatie - Achterstelling van een persoon of een groep vanwege bepaalde eigenschappen of kenmerken, die er niet toe doen.

Demografische loopbaan - De fases die een persoon tijdens zijn leven doorloopt (opgroeien, studeren, werken, trouwen, kinderen krijgen).

Doorbraak - Het politieke idee dat na de tweede wereldoorlog op kwam om de verzuilde samenleving te doorbreken.

E
Economisch vluchtelingen - Mensen die uit hun land vluchten, omdat de economische omstandigheden in hun land erg slecht zijn en zij zoeken naar een omgeving met betere economische omstandigheden.

Educatie - Het opvoeden, (bij)scholen van mensen door bijvoorbeeld de televisie

Eerste Kamer - De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden die indirect gekozen zijn door het volk. Het volk kiest de leden van de Provinciale Staten die op hun beurt de leden van de Eerste Kamer kiezen. De Eerste Kamer kan wetten aannemen of verwerpen. Ook controleert zij de regering.

Elitecultuur - Cultuur die vooral populair is bij mensen die tot de hogere sociale lagen van de bevolking behoren.

Emancipatie - Streven naar gelijke rechten.

Emancipatiebeweging - Organisatie die streeft naar gelijke rechten van mensen.

Etnische minderheden - Groeperingen in de maatschappij die op grond van hun etniciteit een minderheid vormen. Andere etniciteiten zijn groter in omvang. Allochtone minderheden in Nederland hebben een relatief lage sociaal-economische positie in onze samenleving.

Etnocentrisme - Het hebben van negatieve vooroordelen ten opzichte van andere groepen en het hebben van positieve vooroordelen over mensen van de eigen groep.

Europese Commissie - Het dagelijks bestuur en het uitvoerend orgaan van de Europese Unie. Zij controleert of de Europese verdragen worden nageleefd, ontwerpt ook wetten en heeft een uitvoerende taak.

Europese Parlement - De direct gekozen volksvertegenwoordiging van de 15 lidstaten van de Europese Unie.

Europese Unie - Politiek en economisch samenwerkingsverband van vijftien Europese staten.

Expressief geweld - Geweld wordt niet gebruikt om aan geld te komen of een ander doel te bereiken. Het geweld is een doel op zichzelf.

F
Fascisme - Politiek systeem dat berust op zeer nationalistische en autoritaire beginselen.

Feminisme - Vrouwenbeweging die streeft naar emancipatie en maatschappelijke erkenning van de vrouw.

Feodaal stelsel - in de middeleeuwen een wederzijdse afhankelijkheidsverhouding tussen een leenheer en een leenman. De heer zal de leenman beschermen, die op zijn beurt de heer met raad en daad zal bijstaan. De heer geeft als beloning een stuk land in leen, de leenman legt de eed van trouw af.

Fluctuaties - Schommelingen

Formateur - De formateur wordt aangewezen door de koningin. De formateur formeert een kabinet.De koningin wijst meestal de fractievoorzitter van de grootste politieke partij als formateur aan.

G
Gastarbeider - arbeider die niet de nationaliteit heeft van het land waar hij, meestal tijdelijk, werkt.

Gemeentebestuur - Plaatselijk bestuur, bestaande uit gemeenteraad, burgemeester en wethouders.

Gemoderniseerd productieproces - Het voortbrengen van goederen, waarbij goederen geschikt gemaakt worden voor consumptie, gaat door middel van nieuwe middelen, zoals de nieuwste machines, die technisch hoogstaand zijn.

Groenen - Politieke stroming die zich inzet voor het behoud van natuur of harmonie tussen mens en natuur.In Nederland is bijvoorbeeld GroenLinks een Groene partij.

Grondwet - De grondwet vormt het fundament van onze samenleving. In de grondwet staan de politieke en sociale rechten van de burger opgenomen. Ook staan de monarchale staatsvorm, de volkssoevereiniteit en de gedecentraliseerde overheid (overheid bestaat hierbij uit rijk, provincie en gemeente) vermeld.

H
Hindoeïsme - Een wereldgodsdienst die vooral in India voorkomt. Reincarnatie en het kastenstelsel zijn centrale ideeen.

Hoge Raad - Hoogste rechterlijk orgaan. Beslissingen kunnen, nadat ze bij een arrondissementsrechtbank en het gerechtshof zijn genomen, bij de Hoge Raad aangevochten worden. De besluiten van de Hoge Raad zijn definitief.

Homogamie - Mensen trouwen met mensen die dezelfde kenmerken hebben, bijvoorbeeld zelfde opleidingsniveau, religie, milieu.

Hypothese - Een uitspraak over de sociale werkelijkheid die getoetst kan worden.

I
Immigratie en Naturalisatiedienst - In Nederland is de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het terrein van toelating, naturalisatie, toezicht, terugkeer en grensbewaking. De IND is een onderdeel van het Ministerie van Justitie en beslist wie in Nederland wordt toegelaten. De IND behandelt alle verzoeken van vreemdelingen die Nederlander willen worden (naturalisatie). Samen met de politie, de Koninklijke Marechaussee en de douane is de IND verantwoordelijk voor grensbewaking, de controle op legaal verblijf van vreemdelingen en het verwijderen van illegalen

Immigranten - Mensen die vanuit een ander land naar Nederland verhuizen.

Incapacitatie - De dader kan tijdens het uitzitten van zijn straf geen nieuwe misdaden begaan.

Indicatoren - Betrouwbare aanwijzing waaraan je een verschijnsel kunt herkennen.

Indirecte democratie - Democratie via een volksvertegenwoordiging. De burgers in een land stemmen op vertegenwoordigers die hun belangen behartigen in de politieke besluitvorming. Individualisering - Het proces waardoor mensen zelfbewuster en meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan.

Industrialisatie - De overgang van een overwegend agrarische samenleving naar een industriële samenleving, waarin mensenkracht veelal vervangen wordt door machines.

Infrastructuur - vestigingsvoorwaarden die economische bedrijvigheid mogelijk maken, zoals kanalen, spoorlijnen en voldoende energie.

Informatiemaatschappij - Maatschappij waarin informatievoorziening en informatieverkrijgen zeer belangrijk is. De media spelen een essentïele rol in het dagelijkse leven van de mensen.

Integratie - Het inelkaar opgaan van verschillende groepen in de samenleving.

Islam - monotheïstische wereldgodsdienst. Komt vooral in het Midden-Oosten voor.

J
Juridisch bindend referendum - Volksstemming waarvan de uitkomst opgevolgd moet worden door de volksvertegenwoordiging.

K
Kabinet - Het kabinet bestaat uit de ministers, staatssecretarissen en de minister-president. Deze mensen hebben het dagelijks bestuur van het land in handen. Zij moeten zorgen dat bestaande wetten uitgevoerd worden, ze maken nieuwe wetten en grijpen in in acute noodsituaties.

Kapitalisme - Economisch stelsel waarin de productiemiddelen in handen zijn van de producenten. Men is uit op winst. Er bestaat een markt waar vraag en aanbod de handel bepalen. De overheid heeft weinig invloed op de markt.

Kerkelijkheid - Het wel of niet behoren tot een bepaalde geloofsgemeenschap.

Kiessysteem - Systeem voor het kiezen van een volksvertegenwoordiging. Voorbeelden van kiessystemen zijn een districtenkiesstelsel, getrapte verkiezingen.

Koopkracht - De hoeveelheid goederen die met een bepaalde hoeveelheid geld gekocht kan worden in een land of in een gebied.

Kiesdrempel - Een partij moet een bepaald minimumpercentage stemmen halen om mee te delen in de zetels. Een kiesdrempel zorgt ervoor dat kleine partijen niet zo makkelijk in de volksvertegenwoordiging komen.

L
Legitimatie – rechtvaardiging

Leefstijl - De manier waarop mensen hun leven inrichten. Hierbij kun je denken aan de hobby's en de muzieksmaak van mensen. Ook de smaak van mensen met betrekking tot cultuur, mediagebruik, sport en ontspanning horen bij de leefstijl van mensen.

Leesvoorkeur - Voorliefde voor een bepaald genre. Deze voorkeur kan een uiting zijn van het behoren tot een bepaalde groep.

Levensverwachting - De verwachte levensduur van een bepaalde groep of de bevolking van een land.

Liberalisme - Politiek stelsel waarbij de vrijheid en de ontwikkeling van het individu voorop staat. Het individu is verantwoordelijk voor het inrichten van zijn leven. Op economisch gebied is vrijheid ook belangrijk. Overheidsbemoeienis moet hierbij minimaal zijn.

Linkse politieke partijen - Partijen met progressieve uitgangspunten. Zij redeneren vanuit het principe van gelijk (waardig)heid. Zij komen op voor mensen met een zwakke positie in de samenleving en zien een grote rol weggelegd voor de staat.

Lobbyen - Bij ambtenaren het probleem onder ogen brengen, medestanders mobiliseren en de publieke opinie naar de hand zetten.

M
Maatschappelijke ongelijkheid - Mensen nemen in de samenleving ongelijke posities in en er is sprake van een sociale rangorde.

Maatschappelijke positie - De plaats die iemand op de maatschappelijke ladder inneemt.

Marktaandeel - De hoeveelheid consumenten (kijkers, lezers, luisteraars, abonnees) dat een bedrijf heeft ten opzichte van het totale aantal consumenten.

Marktgerichtheid - Geproduceerd voor de markt met een winstmotief

Marktsegmentering - De tendens dat de markt steeds meer in verschillende segmenten wordt verdeeld die apart veroverd kunnen worden. Met betrekking tot de media betekent het dat er verschillende programma's en tijdschriften voor specifieke doelgroepen verschijnen. Doelgroepen worden apart aangesproken.

Massamedia - Medium waarvan de aangeboden informatie openbaar en voor iedereen toegankelijk is. De informatie is bedoeld voor een groot, heterogeen, anoniem publiek. De relatie tussen degene die de informatie verstuurt en de ontvanger is onpersoonlijk van aard. De comunicatie verloopt tenslotte eenzijdig.

Materiële hulpbronnen - Hulpbronnen die bestaan uit inkomen en vermogen.

Monopolie - Letterlijke betekenis: Alleenrecht. Het is een situatie waarin een bedrijf of een organisatie geen concurrentie heeft van een ander bedrijf of een andere organisatie.

Monopolievorming - zie monopolie

Multi-etniciteit - Het bestaan van verschillende etnische groepen in een samenleving

Multinational - Bedrijf dat of organisatie die in meerdere landen vestigingen heeft.

N
Nationalisme - Het streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.

Negatieve stereotypering - De kenmerken van de leden van een groep worden overdreven en eenzijdig weergegeven op een negatieve manier.

Nederlandse Mededingings Autoriteit - Orgaan dat er voor zorgt dat bedrijven in Nederland niet te groot worden en geen monopoliepositie kunnen innemen.

NIMBY-effect - De afkorting staat voor Not In My BackYard effect (niet in mijn achtertuin). Het effect dat mensen het eens zijn met een politieke beslissing, mits ze er zelf niet in hun directe omgeving mee geconfronteerd worden. Voorbeeld: Mensen zijn voor de komst van een asielzoekerscentrum zolang het maar niet bij hen in de straat is.

Normen en Waarden - Geheel van regels en opvattingen binnen een groep of binnen de hele samenleving. Voorbeelden van waarden zijn: rechtvaardigheid, privacy, veiligheid en onderwijs. De regels (normen) binnen de samenleving moeten er voor zorgen dat deze waarden verwezenlijkt worden.

O
Objectieve informatie - Informatie die op feiten en niet op meningen berust

Onconventionele politieke participatie - Deelname aan de politiek via andere kanalen dan het stemmen op of lid worden van een politieke partij. Hierbij moet je denken aan handtekeningenacties en demonstraties.

Ontzuiling - Proces begonnen in de jaren zestig waarin levensbeschouwelijke groeperingen hun greep op het dagelijks leven van mensen in de samenleving kwijtraakten. De binding van mensen aan verzuilde organisatie werd zwakker.

Onveiligheidsgevoelens - De mate waarin mensen bang of angstig zijn en zich onveilig voelen op straat, in huis, op het werk etc.

Opkomstpercentage - Het percentage mensen dat bij een verkiezing gestemd heeft.

Oppositie - Letterlijke betekenis: Tegenstand. In de politiek noemt men de partijen die geen plaats hebben in regeringscoalitie maar wel in de Tweede kamer de oppositie.

Overheid - Organen die volgens de wet zijn belast met wetgevende, uitvoerende en rechterlijke taken in de staat. De overheid is het totaal van de Rijksoverheid en de lagere overheden (gemeenten en provincies) plus de publiekrechtelijke organisaties zoals de bedrijfsverenigingen.

P
Parlementaire democratie - Democratie waarin het parlement (de Tweede Kamer, waarvan de leden door het volk zijn gekozen)een grote invloed heeft. Het parlement heeft een controlerende en medewetgevende functie.

Participatie - Deelname

Persconcentraties - Door de overname van kranten door grote concerns komt een groot deel van de Nederlandse gedrukte media in de handen van dezelfde mensen. Dit fenomeen noemen we persconcentratie. Op zichzelf is persconcentratie niet erg, mits kranten hun redactionele vrijheid behouden en dus zelf mogen beslissen wat ze schrijven.

Pluriformiteit - Letterlijk: Veelvormigheid. Men spreekt van pluriformiteit in de pers als er een verscheidenheid van politieke opinies en politieke beginselen bestaat.

Politieke participatie - Deelname aan de politiek, op een conventionele of onconventionele wijze.

Politieke vluchtelingen - Mensen die uit hun land vluchten, omdat zij daar gevaar lopen vanwege bijvoorbeeld oorlog.

Positieve discriminatie - Het voortrekken van sommige minderheden, omdat zij in een achterstandspositie zitten. Wanneer bijv. bij een sollicitatieprocedure een man en een vrouw even geschikt zijn voor de functie wordt de vrouw aangenomen, omdat zij een minderheid is. Dit beleid is hedentendage al weer afgeschaft. Overigens wordt in plaats van positieve discriminatie ook wel het neutralere 'positieve actie' gebruikt.

Premies - bedrag dat men moet betalen om recht op uitkering van een verzekering te krijgen.

Pressiegroepen - Groepen van personen die bepaalde politieke beslissingen proberen te beïnvloeden.

Privé-vermogen - Geld en bezittingen (huizen, bedrijven, land, consumptiegoederen) die iemand tot zijn bezit kan rekenen.

Progressief belastingstelsel - Belastingstelsel waarbij mensen met een hoger inkomen meer belasting betalen.

Provinciale Staten - Provinciale staten vormen het algemeen bestuur van de provincie en worden rechtstreeks gekozen door de burgers van de provincie. Provinciale Staten kiezen uit hun midden gedeputeerde staten, het dagelijks bestuur, en stellen bij verkiezing de samenstelling van de statencommissies vast.

Publieke Omroep - Alle omroepen die uitzenden op Nederland 1, 2 en 3. De programma's op deze zenders worden voor een gedeelte uit belastinggelden betaald en er zijn kwaliteitseisen aan de programma's van de publieke omroep verbonden. Doel is het publiek zo goed mogelijk te dienen.

Q
Quotes - uitpraak

R
Raad van de Unie - De Raad is de belangrijkste besluitvormingsinstantie van de Europese Unie. In de Raad zijn de lidstaten rechtstreeks vertegenwoordigd en wel door hun ministers die regelmatig in het kader van de Raad bijeenkomen.

Rechtse politieke partijen - Partijen met conservatieve uitgangspunten zoals economische vrijheid en een beperking van morele vrijheid. Zij redeneren vanuit het principe van economische vrijheid, dat burgers en bedrijfsleven de ruimte geeft zonder teveel overheidsbemoeienis en zien een beperkte rol voor de staat weggelegd.

Referendum - Volksstemming

Representanten - Vertegenwoordigers

Republiek - staatsvorm waarbij het staatshoofd (president) een al of niet gekozen maar niet erfelijke functie heeft.

Resocialiserende straffen - Straffen die als doel hebben dat de daders van een delict na de straf weer goed kunnen functioneren in de maatschappij. Voorbeeld van deze straf is de taakstraf.

Rijkswaterstaat - Onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Rijkswaterstaat houdt zich bezig met het onderhouden en bestieren van de waterstaat.

S
Selectieve perceptie - Informatie wordt door mensen geïnterpreteerd vanuit hun referentiekader. Objectief waarnemen van informatie is niet mogelijk.

Slachtofferenquêtes - Enquêtes die worden gehouden onder de gehele Nederlandse bevolking om vast te stellen hoeveel mensen er slachtoffer zijn geworden van welke misdrijven.

Slachtofferhulp - Ondersteunende instanties voor mensen die slachtoffer zijn geworden van een criminele activiteit.

Sociaal-democratische partijen - Partijen die socialisme nastreven op een democratische manier.

Sociale cohesie - Een bepaalde mate van stabiliteit en samenhang in de samenleving.

Sociale identiteit - De manier waarop je jezelf ziet in de samenleving.

Sociale klasse - Een samenleving bestaat uit verschillende klassen. Deze klassen worden vandaag de dag bepaald door het beroep en het inkomen van een persoon. Een hoger inkomen gaat gepaard met het behoren tot een hogere klasse.

Sociale lagen - Een samenleving bestaat uit verschillende lagen. Iedere laag bestaat uit mensen met een min of meer gelijk gewaardeerde positie. Zij hebben eenzelfde opleiding genoten en ontvangen eenzelfde inkomen. De verschillende lagen verschillen dus van elkaar in kennis, inkomen, status en macht.

Sociale mobiliteit - Het stijgen of dalen van mensen op de maatschappelijke ladder. De sociale status die iemand heeft verandert daardoor.

Sociale premies - Premies die werknemers betalen zodat de sociale verzekeringen in stand worden gehouden.

Sociale ongelijkheid - Mensen nemen in de samenleving ongelijke posities in en er is sprake van een sociale rangorde.

Sociale uitsluiting - Uitsluiting van een bepaalde groep in de samenleving

Sociale zekerheid - Bepaald bestaansniveau dat door een stelsel van uitkeringen en subsidies voor alle inwoners van een land gegarandeerd wordt. De AOW, WAO en WW-uitkeringen zorgen ervoor dat dit welzijnsniveau op peil blijft.

Socialisatie - Het aanleren van de normen en waarden die binnen de samenleving bestaan. Dit aanleren gebeurt in eerste instantie door de opvoeding. Maar in feite gaat het je hele leven door. Je bent steeds bezig je te leren aanpassen aan de omgangsnormen van de groepen waar je bijhoort: op school, op je werk, binnen een vereniging en binnen je vriendengroep.

Socialiserende functie - De media hebben een socialiserende functie. Via de media krijgen de ontvangers de dominante waarden en normen van de samenleving te zien. Wanneer zij voortdurend aan deze dominante cultuur worden blootgesteld kan er socialisatie plaats vinden. Ontvangers gaan de normen, waarden en gedragingen van de dominante cultuur overnemen.

Socialisme - Socialisme is de maatschappijvisie dat de productiefactoren in principe eigendom zijn van het volk en ook door het volk beheerd moeten worden.

Solidariteit - saamhorigheidsgevoel

Staten-Generaal - De Eerste en Tweede Kamer vormen samen de Staten-Generaal.

Stemgerechtigden - Mensen die mogen stemmen. Zij zijn ouder dan 18 jaar, hebben de Nederlandse nationaliteit. Bij de gemeenteraadsverkiezingen mogen allochtonen zonder de Nederlandse nationaliteit onder bepaalde omstandigheden ook stemmen.

Stroming - Een richting in politiek, kunst of muziek waarin een bepaald idee centraal staat. Stromingen onderscheiden zich van elkaar doordat zij verschillende ideeën centraal hebben staan. Subcultuur - Groep binnen de maatschappij met eigen normen en regels, die sterk afwijken van wat gangbaar is.

Subjectief - Niet op feiten gebaseerd, beïnvloed door de mening of de standplaats van mensen.

T
Taakstraffen - De dader moet zijn straf in de vorm van dienstverlening ondergaan b.v. bepaald werk verrichten. Ook leerprojecten zoals 'alcohol in het verkeer' cursussen en projecten voor minderjarigen ( halt-projecten) behoren tot de mogelijkheden.

Televisiewerkelijkheid - Het beeld van de werkelijkheid dat de televisie ons voorschotelt. Op de televisie is er bijvoorbeeld meer criminaliteit, overspel en bedrog dan in de 'echte' wereld.

Theorie - Stelsel van verwachtingen en hypothesen over een bepaald deel van de werkelijkheid

Trends - Het verloop van een bepaald verschijnsel over de tijd.

Tweede Kamer - De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden die direct door het volk gekozen zijn. De Tweede Kamer houdt zich vooral bezig met de dagelijkse politiek, roept ministers ter verantwoording, doet uitspraken over nieuw beleid en behandelt wetsvoorstellen gedetailleerd.

Trias Politica - Idee uit het boek van Montesquieu (l'Esprit des lois uit 1748), waarin hij een scheiding der machten maakt: de rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht. Deze machten functioneren onafhankelijk van elkaar. Vele democratieën zijn op dit stelsel gebaseerd.

U
Urbanisatie - Verstedelijking. Het proces waarbij mensen steeds meer naar eenzelfde plaats trekken, waar een stad ontstaat of waar een stad groter wordt.

V
Vakbond - Een organisatie van werknemers van één of meer bedrijfstakken of beroepsgroepen. Voorbeelden van vakbonden zijn: de Ambtenarenbond, de Industriebond, de Voedingsbonden, de Vervoersbonden, de Onderwijsbond.

Verkiezingsregels - De regels en wetten die aangeven hoe de verkiezingen in een bepaald land dienen te verlopen. In sommige landen is er wel een kiesdrempel, in andere landen niet.

Verstrooiing - Ontspanning, amusement, tijddoding.

Vertrossing - De tendens dat er meer amusement, meer verstrooiende programma's op de televisie komen. De term Vertrossing is ontstaan doordat de omroep TROS als eerste met veel verstrooiende programma's op de televisie kwam. Nu zijn het vooral de commerciële omroepen die veel verstrooiende programma's aanbieden.

Vervlakking - synoniem van vertrossing; de tendens dat er steeds meer oppervlakkige en verstrooiende programma's worden uitgezonden.

Verzorgingsstaat - Een samenleving waarin de overheid zich ten doel stelt de zorg voor het welzijn en de welvaart van haar burgers op zich te nemen. Hiermee moet een bepaald niveau van sociaal welzijn en welvaart voor alle burgers gewaarborgd zijn.

Verzuiling - Politieke situatie in Nederland aan de eind van de negentiende eeuw. De bevolking organiseerde zich vooral op basis van godsdienstige en levensbeschouwelijke uitgangspunten. Er ontstonden vier bewegingen, ook wel zuilen genoemd: de protestants-christelijke zuil, de katholieke zuil, de sociaal-democratische zuil en de liberaal-conservatieve zuil. De scheidslijnen tussen de zuilen waren sterk, feitelijk was er sprake van vier samenlevingen in Nederland, met hun eigen scholen, politieke partijen, eigen omroepen, eigen vakbonden, eigen sportverenigingen en eigen kranten.

Volksvertegenwoordiging - De Staten-Generaal, oftewel het parlement oftwel de Eerste kamer en de Tweede Kamer. De leden hiervan zijn door het volk (in)direct gekozen.

Volkssoevereiniteit - Soevereiniteit betekent oppergezag dat zich aan niemand behoeft te verantwoorden. Bij volkssoevereniteit behoort de soevereiniteit het volk toe

Vooroordelen - Een oordeel over een groep of een lid van een groep dat gebaseerd is op een onjuiste en starre generalisatie.

W
Waakhondfunctie - De media zorgen ervoor dat er controle uitgeoefend wordt op de werkzaamheden van de politiek, het bedrijfsleven en de overheidstaken. Wanneer er misstanden in de samenleving zijn dan kunnen de media het volk daarvan op de hoogte stellen.

Welvaart - De mate waarin de materiële behoeften bevredigd (kunnen) worden.

Welzijn - Een situatie waarin mensen voldoende financiële middelen hebben, alsmede over een voldoende fysieke en emotionele gesteldheid beschikken.

Welzijnszorg - De zorg van de overheid om haar burgers van een bepaald niveau van welzijn te voorzien.

WAO - Wet op ArbeidsOngeschiktheidsverzekering. Mensen die, door ziekte of handicap, langdurig niet meer kunnen werken, (maar eerder wel gewerkt hebben) hebben recht op deze uitkering. Voordat zij in de WAO terecht komen hebben zij eerder in de Ziekte Wet gezeten.

WAPPEN - WAP staat voor Wireless Application Protocol. Het is een wereldstandaard om draadloos te kunnen communiceren tussen apparaten met gebruikmaking van het internet. Zo kan je vanaf je mobiele telefoon internetten.

WW - Werkloosheidswet: Mensen die werkloos zijn krijgen onder bepaalde voorwaarden een uitkering

Z
Zelfplaatsing - De plaats die een persoon zichzelf toekent als hem/haar gevraagd wordt zich te plaatsen op een bepaalde schaal (bijvoorbeeld een links/rechts schaal).

Zuilen - Vier groeperingen in de Nederlandse samenleving aan het eind van de negentiende eeuw. Er was een protestants-christelijke zuil, een katholieke zuil, een sociaal-democratische zuil en een liberaal-conservatieve zuil.

Zinloos geweld - Een spontane vorm van fysiek geweld (of dreiging) waarbij het opzettelijke verwonden of doden van iemand centraal staat. Het geweld kenmerkt zich door zijn incidentele aard en door de willekeurige wijze waarop de dader het slachtoffer kiest.

ZW - Ziektewet. De ZW is voor mensen die ziek worden en niet meer in staat zijn arbeid te verrichten. Men verblijft maximaal 52 weken in de ziektewet. Hierna kan men recht hebben op WAO, als men volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.





 
© BC Broekhin Roermond
Privacybeleid | Gebruiksovereenkomst