Begrippenlijst

 

actuator - actuator
Computergestuurde component voor de fysieke aansturing van een apparaat.
Voorbeeld: een elektromotor in een robotarm. (Zie ook sensor).

AD-omzetter - Zie digitalisator.

afleidbaarheidsregel, afleidingsregel - deriving rule
Regel om bepaalde relevante informatie over een object impliciet te bepalen of te berekenen, zodat expliciete opslag van deze informatie overbodig is.
Voorbeeld: een regel om de nieuwe 10-cijferige telefoonnummers te bepalen, zodat de nummers zelf niet opgeslagen hoeven te worden.

afleidingsregel - Zie afleidbaarheidsregel.

algoritme - algorithm
Geordende reeks instructies om een probleem op te lossen. Algoritmen zijn vaak geschikt om als computerprogramma te coderen.
Voorbeeld: er bestaan verschillende soorten subroutines om een reeks getallen in oplopende volgorde te sorteren.

algoritmiek - algorithmics
Leer van het construeren en toepassen van algoritmen.
Voorbeeld: de algoritmiek voor het sorteren van een reeks getallen. (Zie ook algoritme).

analoog - analog
Voorstelling van gegevens die gebruik maakt van een natuurkundige grootheid zodat iedere waarde daarvan binnen een bepaald interval correspondeert met een voor te stellen veranderlijke. (Zie ook digitaal).

artificiële intelligentie - Zie kunstmatige intelligentie.

ASCII - ASCII
American Standard Code for Information Interchange: een standaardverzameling van 256 symbolen (karakters) voor de uitwisseling van tekstuele gegevens. Deze verzameling bevat onder andere alle letters, cijfers en leestekens. (Zie ook code).

attribuut - attribute
Kenmerk van een (informatie)object, dat informatie van dat object vastlegt.
Voorbeeld: de attributen 'naam' en 'adres' van het object 'klant' in een gegevensbank, of het attribuut 'kleur' van een (teken)object in een tekening.

auteurstaal - authoring language
Programmeertaal voor het ontwikkelen van computerondersteunde cursussen. Vooral ontwikkelaars van cursussen gebruiken deze talen.

automatisering - automation
Methoden en toepassingen die processen automatisch of zelfbesturend maken door het gebruik van machines of systemen.
Voorbeeld: automatisering van industriële produktieprocessen (zoals robots) of van gegevensverwerkings-processen (zoals informatiesystemen in bedrijven).

beeldpunt - Zie pixel.

beperkingsregel - constraint
Voorschrift, dat aangeeft welke combinaties van waarden voor objecten zijn toegestaan in een gegevensbestand. Tijdens de informatie-analyse blijkt welke de beperkingsregels zijn.
Voorbeeld: waardenregels en afhankelijkheidsregels.

bestand, file - file
Een verzameling van gegevens van hetzelfde type.
Voorbeeld: een tekstdocument, een programma, een gegevensbestand.

bestandsbeheer, filebeheer - file management
Taak van het besturingssysteem voor beheer en administratie van bestanden. Deze taak omvat bijvoorbeeld het verplaatsen, kopiëren, verwijderen en zoeken van bestanden. (Zie ook bestand).

besturingssysteem - operating system (OS)
Verzameling van programma's om een computersysteem te besturen. Het zorgt onder andere voor de besturing van in- en uitvoer, de communicatie met randapparatuur, het beheer van geheugenruimte en andere ondersteunende functies.

bewaren, opslaan - save
Het vastleggen van gegevens in een bestand op een (achtergrond)geheugen, zoals een diskette, harde schijf of magneetband.

bit - bit
Samentrekking van BInary digiT: cijfer uit het 2-tallig getalstelsel met de waarde 0 of 1. Het is de kleinste eenheid voor representatie van gegevens (in een computer). Deze binaire eenheid (waarde 1 of 0) wordt in een computer gerepresenteerd door een elektronische schakelaar (aan of uit). (Zie ook byte).

bitmap - bitmap
Patroon van bits, waarin de organisatie van gegevens opgeslagen is.
Voorbeeld: een bitmap van een plaatje op een computerscherm, waarbij elke pixel op het scherm gerepresenteerd wordt door één bit. (Zie ook bit en pixel).

bulletinbord - bulletinboard
Elektronisch prikbord waarmee gebruikers via een computernetwerk onderling bestanden of berichten kunnen uitwisselen.
Voorbeeld: een bulletinbord van een bedrijf met verschillende lokaties of een bulletinbord voor het uitwisselen van software voor een bepaald type computer.

bus - bus
Verbindingslijn voor het uitwisselen van signalen tussen de verschillende componenten in een computer. Een bus bestaat uit verschillende geleiders, waarlangs de digitale signalen (bits) parallel worden verzonden.

byte - byte
Fonetische samentrekking van "by eight": groep van 8 bits die als gegevenseenheid in een computer wordt vastgelegd en verwerkt. Bytes worden vaak gegroepeerd tot kilobyte (Kb=1024 bytes), megabyte (Mb) of gigabyte (Gb). (Zie ook bit).

cache, cachegeheugen - cache, cache memory
Snel, direct toegankelijk geheugen om de toegangstijd tot gegevens en software te verkorten. In het cachegeheugen, dat zich tussen de processor en het hoofdgeheugen (primair of secundair) bevindt, worden veelvoorkomende opdrachten of gegevens opgeslagen, zodat die niet steeds uit het tragere hoofdgeheugen hoeven te worden gehaald.

cachegeheugen - Zie cache.

case-tool, programma-ontwikkelgereedschap - CASE-tool
Computer Aided Software Engineering (computer-ondersteunde programmatuur-ontwikkeling): specifieke software gereedschappen die worden toegepast bij het ontwikkelen van systemen.

CD-i - CD-i
Compact Disk-interactive: opslagmedium voor grote hoeveelheden (multimediale) gegevens. Met een CD-i speler is het mogelijk om gegevens op een interactieve manier te selecteren, op te vragen en af te spelen op een televisietoestel. De gegevens op een CD-i kunnen wel gelezen, maar niet veranderd worden (vergelijk audio compact disk).

CD-ROM - CD-ROM
Compact Disk Read-Only Memory: opslagmedium voor grote hoeveelheden (multimediale) gegevens. Met een CD- speler is het mogelijk om gegevens op een interactieve manier te selecteren, op te vragen, in een computer in te lezen en vervolgens te raadplegen. De gegevens op een CD-ROM kunnen wel gelezen, maar niet veranderd worden (vergelijk audio compact disk).

centrale verwerkingseenheid - Zie processor.

code - code
Stelsel van afspraken voor het omzetten van representatievormen, zoals het binair talstelsel (decimale getallen naar bits), ASCII (tekens naar bytes), morsecode (letters naar geluidssignalen) en programmeertaal (opdrachten naar codewoorden). (Zie ook coderen).

coderen - encode
Omzetten van tekens, gegevens, opdrachten, enzovoort in een bepaalde code. Voorbeeld: het schrijven van een algoritme in een programmeertaal, het morseseinen of het omzetten van een bericht in geheimschrift. (Zie ook code).

communicatie - communication
Het uitwisselen van berichten tussen mensen, mensen en (onderdelen van) apparaten of tussen onderdelen van apparaten.
Voorbeeld: het schrijven van een brief, telefoneren, het sturen van Email of het sturen van signalen van computer naar printer.

communicatielagen - communication layers
Hiërarchische lagen in de architectuur van een computernetwerk, die elk een specifieke functie vervullen en die elk kunnen communiceren met de onder- en bovenliggende laag. Samen verzorgen zij de totale communicatie in een computernetwerk.

communicatieprogramma - communication program
Computerprogramma dat de communicatie tussen computers in een netwerk bestuurt op basis van tevoren vastgestelde regels. (Zie ook communicatieprotocol).

communicatieprotocol - Zie protocol.

communicatiesysteem - communication system
Geheel van middelen (hardware en software) dat nodig is voor het voeren van communicatie tussen betrokken deelnemers.
Voorbeeld: een communicatiesysteem voor computers.

compressie, (data-) - compression
Techniek om geheugenruimte te reduceren. Door reductie van geheugenruimte neemt de tijd die nodig is voor het verzenden van een grote hoeveelheid gegevens af.
Voorbeeld: compressie van een groot bestand.

computer - computer
Elektronische apparatuur voor de automatische, digitale verwerking van gegevens met behulp van software. Een computer bestaat uit hardware, waaronder processoren, geheugen, invoer- en uitvoerapparatuur (onder andere toetsenbord, muis, monitor en harddisk) en daarnaast software. Er bestaan vele typen computers, bijvoorbeeld microcomputers (onder andere PC's als palmtop, laptop en notebook), minicomputers, mainframes en super- computers (met veel parallelle processoren).

computerprogramma - Zie programma, (computer-).

computersysteem - computer system Verzameling van alle onderdelen, die tot een bepaalde computer behoren of daarmee zijn verbonden. Dit omvat alle hardware, software, randapparatuur, voedingen en communicatielijnen. (Zie ook computer).

conversie - conversion
Het omzetten van de ene voorstellingswijze in een andere.
Voorbeeld: conversie van een tekstverwerkingsbestand naar een ASCII-bestand of conversie van analoog naar digitaal geluid met een AD-omzetter.

courseware, educatieve programmatuur - courseware
Softwarepakketten voor onderwijsdoeleinden. Voorbeeld: courseware voor Computerondersteund Onderwijs (COO).

CVE - Zie processor, centrale verwerkingseenheid.

database - Zie gegevensbank.

databasemanagementsysteem (DBMS) - database management system
Geheel van programmatuur voor de organisatie en het beheer van de toegang tot gegevens die zijn opgeslagen in een gegevensbank. Een DBMS functioneert als een soort besturingssysteem van de gegevensbank en biedt de gebruiker methoden voor het invoeren, opzoeken en bewerken van gegevens.

databestand - Zie gegevensbestand.

datacompressie - Zie compressie.

datamodel - Zie informatiemodel.

datatype - Zie gegevenstype.

DBMS - Zie databasemanagementsysteem.

desktop-publishing programma (DTP-programma) - desktop-publishing program
Een desktop-publishing programma is een geavanceerd hulpmiddel voor het (elektronisch) vormgeven (lay-out) van documenten, zodat deze direct geschikt zijn voor het drukproces van bijvoorbeeld boeken of tijdschriften.

digitaal - digital
Voorstelling van gegevens (in een discrete vorm) door middel van een eindig aantal tekens uit een welgedefinieerde verzameling. In een (binair) computersysteem bestaat dat eindig aantal tekens uit de twee symbolen 0 en 1, die door een bit worden voorgesteld. (Zie ook analoog).

digitale camera - digital camera
Camera, waarbij beeld en geluid digitaal opgeslagen worden.

digitalisator, AD-omzetter - digitizer, AD-convertor (ADC)
Apparaat dat analoge signalen omzet in digitale. Voorbeeld: het omzetten van analoog opgeslagen muziek op audio-cassette naar digitaal opgeslagen muziek in een computer of het (digitaal) scannen van een foto.

DTP-programma - Zie desktop-publishing programma.

E-mail, elektronische post - E-mail, electronic mail
Elektronisch postsysteem om berichten (zoals mededelingen en brieven) naar de elektronische postbus (mailbox) van andere gebruikers van een netwerk te sturen.

educatieve programmatuur - Zie courseware.

elektronisch netwerk - Zie netwerk.

elektronische post - Zie E-mail.

embedded systeem - embedded system
Computersysteem, dat is ingebouwd in een groter systeem/apparaat en dat meestal de besturingsfunctie vervult.
Voorbeeld: embedded systemen treft men aan in wasmachines, fototoestellen en auto's.

expertsysteem - Zie kennissysteem.

fax - fax
Afkorting van facsimile: kopie van een papieren document, dat met een fax-apparaat via telefoonlijnen wordt verstuurd. Het fax-apparaat tast het origineel af, verstuurt het digitaal naar een ander faxapparaat, dat de fax afdrukt of opslaat.

file - Zie bestand.

filebeheer - Zie bestandsbeheer.

freeware - freeware
Programmatuur, door de auteur gratis beschikbaar gesteld. Alle (auteurs)rechten zijn voorbehouden aan de auteur.

functie - function
Een deelprogramma met een eigen naam, dat een algoritme beschrijft en na uitvoering één waarde teruggeeft (oplevert) aan het (hoofd)programma. Gegevens kunnen in een functie in- en uitgevoerd worden als parameters.
Voorbeeld: een functie met twee invoerparameters die de som bepaalt en teruggeeft.

gebruikersdialoog, mens-computer dialoog - user dialog, human-computer dialog
Actieve vraag-antwoord communicatie tussen de gebruiker en een computersysteem, waarbij het initiatief bij de gebruiker ligt. Deze dialoog bestaat onder andere uit commando's, interactie-schermen en antwoordopties.

gebruikersinterface - user interface, man-machine interface (MMI)
Procedure, werkwijze of apparatuur waarmee de gebruiker met een (computer)systeem kan communiceren via het geven van opdrachten.
Voorbeeld: bij een tekenprogramma bestaat het gebruikersinterface onder andere uit het aanklikken van plaatjes, teksten en commando's.

gegevensbank, database - database (DB)
Verzameling van gegevens met onderlinge relaties, die opgeslagen zijn in een logische structuur. In deze structuur kan men met verschillende procedures gegevens opslaan, bewerken en opvragen.

gegevensbestand, databestand - data file
Bestand, dat door een programma wordt gebruikt voor het opslaan of opvragen van bijvoorbeeld numerieke, alfanumerieke of grafische gegevens.
Voorbeeld: een tekstbestand, een bestand met plaatjes of een boekenbestand in een bibliotheek.

gegevensmodel - Zie informatiemodel.

gegevenstype, datatype - datatype
Indeling voor gegevens uit een (computer)programma of -systeem. Gegevenstypen zijn onder andere karakters, woorden, reële getallen, gehele getallen, logische gegevenstypen, samengestelde gegevenstypen.

gegevensverwerking - data processing
Systematische bewerking van gegevens (met een computer) om bepaalde informatie te produceren. Voorbeeld: het produceren van facturen voor de klanten uit een klantenbestand.

geheugen, opslagmedium - memory, data store, storage
Elke vorm van gegevensopslagruimte in een computersysteem. Gegevens kunnen hierop worden gelezen (opgehaald) en/of geschreven (opgeborgen). Geheugen wordt onderscheiden in tijdelijk/primair/werkgeheugen (bijvoorbeeld RAM-chips) en permanent/secundair/ achtergrond-geheugen (voor back-ups op o.a. harde schijf en diskette); secundair geheugen wordt verder opgedeeld in elektromagnetisch geheugen (zoals tape en diskette) en optisch geheugen (o.a. CD-ROM).

gekoppeld - Zie on-line.

grafisch gebruikersinterface - graphical user interface (GUI)
Type gebruikersinterface, dat de opdrachten, bestanden en programma's grafisch (met iconen) weergeeft en door aanwijzen activeert.
Voorbeeld: een grafisch gebruikersinterface bij een tekenprogramma. (Zie ook gebruikersinterface).

grafisch tablet - Zie tablet

grafische plotter - Zie plotter.

grammaticacontrole - grammar check
Het automatisch controleren en melden van mogelijke grammaticale en spellingfouten in een tekst. Na analyse van de tekst meldt een grammaticacontrole-programma elk tekstdeel, dat niet voldoet aan de spelling- en grammaticaregels van een bepaalde taal. (Zie ook spellingcontrole).

hardware - hardware
Algemene term voor alle fysieke (tastbare) onderdelen van een computersysteem, zoals printplaten, chips (onder andere processoren), bedrading, toetsenbord, harde schijf en randapparatuur; dit ter onderscheid van software (programmatuur).

hypertekst - hypertext
Digitaal opgeslagen tekst, waarbij verwijzingen (hyperlinks) zijn gelegd van bepaalde woorden en begrippen naar andere delen van de tekst. Met deze verwijzingen kan de lezer zelf zijn (niet-sequentile) weg bepalen door de verschillende delen van de tekst.

ICT - Zie informatie- en communicatietechnologie.

informatica - informatics, computer science
Wetenschapsgebied, dat de wetenschappelijke kennis bestrijkt over de basisprincipes en de (systematische) toepassing van methoden, technieken en technologische hulpmiddelen inzake gegevensverwerking en -communicatie.

informatie- en communicatietechnologie (ICT) - information and communication technology
Het geheel van ontwikkeling, produktie en gebruik van technologische hulpmiddelen voor gegevens-verwerking en -communicatie. Bij ICT neemt communicatie een belangrijker plaats in dan bij IT.

informatie - information
De betekenis die de mens door interpretatie toekent aan gegevens. Informatie onderscheidt zich van gegevens door de context, waarin de gegevens geplaatst worden.

informatie-analyse - information analysis
Fase binnen het systeemontwikkeltraject om inzicht te krijgen waar en wanneer binnen een organisatie essentiële behoefte bestaat aan informatie.

informatiebehoefte - information requirements
Behoefte die binnen een organisatie bestaat aan relevante informatie om haar doelstellingen te bereiken en haar bedrijfsfuncties te ondersteunen.

informatiekunde -
Leergebied in de basisvorming van het voortgezet onderwijs, waarbij de leerlingen vertrouwd worden gemaakt met computers, informatisering en de toepassingen en consequenties van het gebruik van ICT in ruimere zin (samentrekking van informatieleer en computerkunde).

informatiemaatschappij - information society
Samenleving, waarin gegevensverwerking en -communicatie belangrijke activiteiten zijn, waarvan de rol in kwantitatieve en kwalitatieve zin toeneemt op velerlei gebieden en geledingen van de maatschappij (zoals beleid, bestuur, wetenschap en onderwijs). (Zie ook informatisering).

informatiemodel, gegevensmodel, datamodel - information model, data model
Formele beschrijving van alle (informatie)objecten met hun kenmerken (attributen), hun onderlinge relaties en beperkingsregels, waaruit een ontwerp voor een gegevensbank kan worden afgeleid.

informatieobject - Zie object.

informatiestroom - information flow
Paden, waarlangs de informatie in een organisatie van bron tot eindgebruiker gaat. Informatiestromen worden tijdens de informatie-analyse zichtbaar gemaakt in een informatiemodel, waarin de informatieobjecten en hun relaties schematisch worden weergegeven.

informatiesysteem (IS) - information system
Systeem van mensen, regels, middelen, apparatuur, programmatuur en netwerken om gegevens te verzamelen en te verwerken met als doel informatie op te slaan, terug te zoeken, weer te geven en te verstrekken.

informatietechnologie (IT) - information technology
Het geheel van ontwikkeling, produktie en gebruik van technologische hulpmiddelen voor gegevensverwerking. Tegenwoordig spreekt men eerder van informatie- en communicatietechnologie (ICT) (Zie ook informatie- en communicatietechnologie).

informatievraag, query - query
Zoekopdracht om gegevens op te vragen uit een database, vanuit een behoefte tot informatie. Zo'n vraag wordt geformuleerd in een speciale vraagtaal, waarmee specifieke records uit de database worden geselecteerd, gesorteerd en gegroepeerd.
Voorbeeld: alle klanten, wier achternaam met een 'A' begint. (Zie ook vraagtaal).

informatisering - informatization
Steeds toenemende rol van ICT in de maatschappij, door het op steeds grotere schaal toepassen van ICT en de daaruit resulterende informatie. Sterke informatisering leidt tot een informatiemaatschappij. (Zie ook informatiemaatschappij).

installeren - install
Het gebruiksklaar maken van programmatuur op een opslagmedium.
Voorbeeld: het installeren van een tekstverwerkingsprogramma op harde schijf.

instructieset - instruction set
Totale verzameling opdrachten, die een bepaalde processor rechtstreeks (zonder extra codering) kan uitvoeren. Andere opdrachten moeten eerst in opdrachten uit deze instructieset vertaald worden, voordat ze uitgevoerd kunnen worden. Daarbij heeft elk type processor z'n eigen instructieset.

interactief - interactive
Met wisselwerking tussen gebruiker en toepassingsprogramma: de gebruiker reageert op de resultaten die het programma aanbiedt en het programma reageert op de aangeboden gegevens van de gebruiker. De meeste toepassingsprogrammatuur is interactief.(Zie ook gebruikersdialoog).

interface - interface
Koppeling tussen systemen, waardoor ze kunnen functioneren als één geheel.
Voorbeeld: een netwerkinterface, een interface tussen printer en computer of een interface tussen mens en machine. (Zie ook gebruikersinterface).

interne klok - Zie klok.

Internet - Internet
Internationaal netwerk van aan elkaar gekoppelde computernetwerken, waarlangs informatie wereldwijd uitgewisseld en geraadpleegd kan worden. Een belangrijke tak ervan is het World Wide Web (WWW).

IS - Zie informatiesysteem.

IT - Zie informatietechnologie.

kennisbank - knowledge base
Onderdeel van een kennissysteem, waarin gespecialiseerde kennis en ervaring (expertise) in een bepaald toepassingsgebied is opgeslagen. Deze kennis en ervaring zijn opgeslagen als feiten en relaties en zijn met een redeneermechanisme te reproduceren.
Voorbeeld: een kennisbank met jurisprudentie. (Zie ook kennissysteem).

kennissysteem, expertsysteem - knowledge based system, expert system
Informatiesysteem, dat bestaat uit een kennisbank, waarin gespecialiseerde kennis en ervaring (expertise) is opgeslagen en een redeneermechanisme, waarmee deze expertise door een niet-expert interactief is te reproduceren.
Voorbeeld: kennissystemen worden onder andere ingezet bij het stellen van medische diagnoses en bij het ondersteunen van jurisprudentie. (Zie ook kennisbank).

klok, (interne -) - clock, (internal -)
Component in een computer, die de acties van de andere componenten synchroniseert door het genereren van elektrische pulsen met constante snelheid. De frequentie van deze pulsen bepaalt de snelheid van de computer en wordt weergegeven in megahertz (MHz, aantal instructies per seconde).

koptekst - header
Tekst, die door een tekstverwerkingsprogramma bovenaan iedere pagina wordt afgedrukt, bijvoorbeeld voor de herhaling van hoofdstuktitels of andere informatie. (Zie ook voettekst).

kunstmatige intelligentie, artificiële intelligentie - artificial intelligence (AI)
Vakgebied binnen de informatica, dat zich bezighoudt met het bestuderen en ontwikkelen van toepassingen, waarbij menselijke intelligentie vereist is, waaronder het vermogen te beredeneren, te leren en zichzelf te corrigeren.
Voorbeeld: ontwikkeling van schaakprogramma's.

LAN - Zie lokaal netwerk.

leespen - reading pen
Apparaat in de vorm van een pen om streepjescodes (barcodes) op artikelen te lezen.
Voorbeeld: in gebruik bij supermarkten en bibliotheken.

lichtpen - light pen
Rand)apparaat in de vorm van een pen met een foto-elektrische cel, waarmee de gebruiker punten op het beeldscherm kan aanwijzen. De computer bepaalt dan de lokatie van dat punt, zodat er bijvoorbeeld rechtstreeks mee op het scherm getekend kan worden (vergelijk het tekenen met pen op papier).

lijnorganisatie - line organization
Grondvorm voor een organisatiestructuur, voor de verdeling van leidinggevende en uitvoerende werkzaamheden. Voor ondersteuning van die werkzaamheden kunnen stafdiensten of hulpdiensten aan de lijnorganisatie toegevoegd worden.

lineaire systeemontwikkeling - linear system development
Methode voor ontwikkeling van een systeem of produkt, waarbij elke fase eenmalig en compleet wordt doorlopen. Gevolg hiervan is, dat pas aan het eind van het hele ontwikkeltraject een representatief (eind)produkt voorhanden is.

lokaal netwerk (LAN) - local area network
Computernetwerk, dat een klein gebied bestrijkt, waardoor de verbindingen met kabels kunnen worden gerealiseerd.
Voorbeeld: een LAN binnen een schoolgebouw of gebouwencomplex. (Zie ook wide area netwerk).

macro - macro
Serie opdrachten om een samengestelde taak binnen een toepassingsprogramma te vervullen. Een gebruiker kan een macro zelf programmeren, een naam geven en activeren door aanroep.
Voorbeeld: een macro in een tekstverwerkingsprogramma voor het verwijderen van dubbele spaties in tekstdocumenten.

mens-computer dialoog - Zie gebruikersdialoog.

menuprogramma - menu program
Programma, dat dient als gebruikersinterface door op het beeldscherm de keuzemogelijkheden in één of meer programma's te visualiseren, waaruit de gebruiker door middel van een menu kan kiezen.

model - model
Vereenvoudigde voorstelling van een systeem of proces met het doel daar een beschrijving van te geven of met het model berekeningen uit te voeren. Voor simulaties op een computer worden vaak wiskundige modellen gehanteerd. (Zie ook simulatie).

modem - modem
MOdulator-DEModulator: (rand)apparaat dat een computer verbindt met telefoonlijnen of kabels (onder andere glasvezel-), zodat communicatie met andere computers langs deze communicatielijnen mogelijk wordt.

multi-tasking - multi-tasking
Wijze van besturing van een computer, waarbij de computer verschillende taken tegelijk (parallel) kan verwerken. Daardoor is het mogelijk om bijvoorbeeld programmatuur te installeren en tegelijkertijd tekst te verwerken. (Zie ook single-tasking).

multi-user systeem - multi-user system
Computersysteem, dat aan meer gebruikers tegelijk en onafhankelijk toegang biedt. Voorbeeld: een supercomputer, waarop verschillende gebruikers tegelijk zware berekeningen uitvoeren. (Zie ook single-user systeem).

multimedia - multimedia
De presentatie van informatie met behulp van een computer waarbij verschillende mediavormen (zoals film, video, muziek, tekst en programmatuur) in één produkt zijn geïntegreerd. Het produkt is opgeslagen op een medium zoals harde schijf of CD-ROM. Voor het werken met het produkt kan geavanceerde randapparatuur nodig zijn, zoals geluidsapparatuur of een projector.

netwerk, (elektronisch -) - network, (electronic -)
Een groep computersystemen die onderling verbonden zijn om gegevens te kunnen uitwisselen. De computersystemen delen onder andere rekenkracht en gegevensbanken. Netwerken worden verdeeld in lokale netwerken (LAN) en wide area netwerken (WAN).

netwerkarchitectuur - network architecture
Ontwerp en realisatie van de fysieke opstelling van de verschillende componenten in een netwerk. Bij een computernetwerk gaat het om de opstelling van de terminals ten opzichte van de centrale computer. Netwerkarchitecturen zijn onder andere:
- bus: alle terminals of computers aangesloten op één hoofdlijn naar de centrale computer;
- ster: alle terminals of computers stervormig aangesloten op één centrale computer;
- ring of lus: alle terminals of computers in een ringvorm aangesloten op de centrale computer.

niet gekoppeld - Zie off-line.

object, informatieobject - object, information object
Item, waarover gegevens in de vorm van kenmerken (attributen) in een bestand worden bewaard. Objecten kunnen zowel concreet als abstract zijn. Voorbeeld: een klant of het tekenobject cirkel (concreet), of een gebeurtenis (abstract).

objectoriëntatie - object orientation
Beschouwingswijze van systemen die aansluit bij concepten uit de realiteit. Een systeem wordt beschreven in termen van objecten, dat zijn herkenbare, op zich zelf staande eenheden met bepaalde eigenschappen en gedrag. Objecten die overeenkomsten vertonen kunnen (volgens de inzichten van de ontwerper) in een klasse ondergebracht worden. Tussen klassen bestaan relaties. Overerving betekent dat de eigenschappen van de ene klasse terugkomen in eraan gerelateerde klassen op een lager hiërarchisch niveau. Deze concepten worden toegepast in analyse, ontwerp en bouw van informatiesystemen. Objectgeoriënteerde programmeertalen zijn op dit concept gebaseerd.

off-line, niet gekoppeld, ongekoppeld - off-line
Niet bestuurd door of gekoppeld aan andere apparaten. (Zie ook on-line).

on-line, gekoppeld - on-line
Bestuurd door of gekoppeld aan andere apparaten. Voorbeeld: een PC die met een modem of netwerk in verbinding staat met andere computers. (Zie ook off-line).

ongekoppeld - Zie off-line.

opslaan - Zie bewaren.

opslagmedium - Zie geheugen.

PAR - Zie parameter.

parallelle computer - parallel computer
Computer, waarin de processoren zo gerangschikt zijn, dat gelijktijdige bewerking van gegevens of verwerking van processen door de verschillende processoren mogelijk is, bijvoorbeeld om de rekenkracht te vergroten.

parallelle poort - parallel port
Interface van een computer voor het communiceren met een andere computer of randapparaat, zoals een printer. Een parallelle poort geeft meer bits tegelijk door (parallel). (Zie ook seriële poort).

parallelle verwerking - parallel processing
Het gelijktijdig verwerken van gegevens door verschillende (parallelle) processoren van een parallelle computer. Dit is vereist bij zeer complexe en omvangrijke berekeningen.
Voorbeeld: het (parallel) uitvoeren van berekeningen voor het opstellen van een weersverwachting.

parameter (PAR) - parameter
Een grootheid, die òf een subroutine (functie of procedure) informatie meegeeft òf de resultaten van een subroutine (functie of procedure) teruggeeft.
Voorbeeld: een procedure die de som bepaalt, invoer krijgt van twee invoerparameters en die de som teruggeeft via een uitvoerparameter.

pixel, beeldpunt - pixel
Samentrekking van picture-element: kleinste onderdeel van een beeld, meestal een beeldpunt op een monitor. Van een pixel zijn onder andere de kleur en helderheid in te stellen.

plotter, (grafische -) - plotter, (graph -)
(Rand)apparaat dat computeruitvoer grafisch afbeeldt, door met een tekenpen lijnen op papier te trekken.
Voorbeeld: een plotter voor het produceren van grafieken of technische tekeningen.

printer, afdrukeenheid - printer
(Rand)apparaat dat computer-uitvoer zoals tekst- of grafische symbolen op papier afdrukt (meestal tekstbestanden, eventueel met plaatjes). Er bestaan verschillende types printers, zoals matrix-, inktjet- en laserprinters.

privacy - privacy
Betreft de persoonlijke of bedrijfsgevoelige aard van bepaalde gegevens. Deze gegevens moeten beschermd zijn tegen ongeoorloofd gebruik door derden. Schending van de privacy kan gereduceerd worden door bijvoorbeeld toegang tot bestanden te beperken met wachtwoorden.

procedure, subroutine - procedure
Een deelprogramma met een eigen naam, dat een algoritme beschrijft en dat uitgevoerd wordt na aanroep vanuit een andere plaats in het programma. Gegevens kunnen in een procedure in- en uitgevoerd worden als parameters.
Voorbeeld: een procedure met twee invoer-uitvoer parameters, die twee waarden omwisselt en via de parameters teruggeeft aan het programma.

procesmodel - process model Formele beschrijving van het verloop van de activiteiten (processen of procedures) in een informatiesysteem of organisatie. Dit model wordt tijdens de analysefase van het systeemontwikkeltraject ontwikkeld.

processor, centrale verwerkingseenheid (CVE) - processor, central processing unit (CPU)
Component in een computer, uitgevoerd als chip, die de rekenkundige en logische bewerkingen regelt en uitvoert. Een processor bevat onder andere geheugen, een besturingsorgaan en een rekenorgaan.

programma, (computer-) - program, (computer)
Een serie opdrachten, die in een aangegeven volgorde door een computer moeten worden uitgevoerd om taken voor de gebruiker te volbrengen. Programma's worden geschreven in een programmeertaal.

programma-ontwikkelgereedschap - Zie case-tool.

programmagenerator - program generator
Computerprogramma, dat zelf een complete subroutine of programma ontwikkelt (genereert) op basis van een programma-ontwerp.

programmastructuurdiagram (PSD) - program-structure diagram, Nassi-Shneidermanndiagram
Diagram dat de opbouw van een computeralgoritme vastlegt. Het diagram beschrijft de stappen van het algoritme met behulp van volgorde, selectie en herhaling.

programmatuur, software - software
Verzamelnaam voor programma's, die op een bepaald computersysteem gedraaid kunnen worden.
Voorbeeld: tekstverwerkingsprogrammatuur voor een PC. (Zie ook programma).

programmeertaal - programming language
Taal speciaal voor het schrijven van een (computer)programma, dat een computer kan interpreteren en uitvoeren. Net als bij iedere taal is het gebruik van een programmeertaal aan regels gebonden.

projectbeheer, projectmanagement - project management
Het plannen en bewaken van de voortgang van een project met betrekking tot tijd, budget en het toezicht houden op de kwaliteit van de resultaten. Binnen een projectgroep is dit de taak van de projectleider.

projectmanagement - Zie projectbeheer.

projectorganisatie - project organization
Organisatiestructuur ten behoeve van een eenmalige activiteit, met een duidelijk in de tijd begrensd doel. De projectgroep, voor deze eenmalige activiteit samengesteld, bestaat uit leden van diverse disciplines. Het ontwikkelen van een informatiesysteem wordt vaak uitgevoerd in een projectorganisatie.

protocol, (communicatie-) - protocol, (communications -)
Voorschrift voor het uitwisselen van gegevens tussen apparaten (meestal computers in een netwerk). Een protocol specificeert onder andere de kenmerken van de gegevens en de signalen voor begin, controle en einde van de gegevensoverdracht.

prototype ontwikkeling - Zie prototyping.

prototyping, prototype ontwikkeling - prototyping
Methode voor het ontwikkelen van een systeem of produkt, waarbij eerst een eenvoudig prototype wordt ontwikkeld, dat -indien het voldoet- in latere stadia stapsgewijs verder wordt uitgebouwd en verbeterd. Kenmerk hiervan is, dat tijdens elke fase een representatief (eind)produkt voorhanden is.

PSD - Zie programmastructuurdiagram.

public domain software - public domain software
Programmatuur, waarbij de auteur uitdrukkelijk afstand doet van alle (auteurs)rechten, zodat iedereen die dat wil de software kan gebruiken.

query - Zie informatievraag.

randapparatuur - peripherals
Alle apparatuur, die niet tot een computer behoort, maar daar wel mee is verbonden. Ze omvat invoer- en uitvoerapparaten (zoals scanner en printer) en extern geheugen (zoals CD-ROM).

real-time systeem (RTS) - real-time system
Computersysteem, waarin de gegevensverwerking snel genoeg wordt afgehandeld (korte responsietijd) om de berekende uitvoer ervan te gebruiken voor de (bij)sturing van door het systeem te besturen processen.
Voorbeeld: automatische piloot, een hartbewakingssysteem in een ziekenhuis.

record - record
Basiseenheid van gegevens voor opslag in een bestand. Een datarecord bevat een verzameling items (velden), die verschillende gegevens bevatten over het object dat het record beschrijft.
Voorbeeld: gegevens over een klant. Een tekstrecord daarentegen bestaat bijvoorbeeld uit een zin in een document.

rekenblad - Zie spreadsheet.

relationeel schema - relational scheme
Beschrijving van een relatie, waarin de naam van de relatie en bijbehorende namen van attributen staan. Een relationeel database schema is een verzameling van relationele schema's samen met een verzameling voorwaarden, waaraan relaties moeten voldoen.

relationele database - Zie relationele gegevensbank.

relationele gegevensbank, relationele database - relational database Gegevensbank, waarbij de gegevens en hun onderlinge relaties gerepresenteerd worden in tweedimensionale tabellen. Voor het gestructureerd opslaan, bewerken en opvragen van gegevens kan men zelf (tijdelijke) tabellen samenstellen uit (delen van) bestaande tabellen.

responsietijd - response time
Tijd die verstrijkt tussen het geven van een opdracht en de beëindiging daarvan door een computersysteem. Deze is afhankelijk van de wachttijd en de verwerkingssnelheid. In een real-time systeem zijn er strikte limieten aan de responsietijd.

RTS - Zie real-time systeem.

scanner - scanner, (digitizer)
(Rand)apparaat, dat plaatjes, tekstfragmenten en driedimensionale afbeeldingen optisch aftast en omzet in een digitaal beeld (bitmap), dat met de computer bewerkt kan worden.

schilprogramma - Zie shell-programma.

sensor - sensor
Component, die bepaalde fysische veranderingen meet en daarop reageert ten behoeve van de besturing van een apparaat.
Voorbeeld: een sensor voor de temperatuur van het water in een wasmachine. (Zie ook actuator).

seriële poort - serial port
Interface van een computer voor het communiceren met een andere computer of randapparaat, zoals een modem. Een seriële poort geeft bits seriegewijs door (bit voor bit). (Zie ook parallelle poort).

shareware - shareware
Software, verspreid via openbare netwerken. De auteurs behouden alle (auteurs)rechten en verwachten van degene die de software gebruikt een bescheiden vergoeding. Soms bestaat de mogelijkheid om na registratie, tegen betaling, een uitgebreidere versie van de software te krijgen.

shellprogramma, schilprogramma - shell program
Computerprogramma dat als schakel dient tussen de gebruiker en andere programmatuur om de communicatie te vereenvoudigen.
Voorbeeld: een shellprogramma tussen gebruiker en besturingssysteem dient als gebruikers-interface.

simulatie - simulation Nabootsing van een werkelijkheid (digitaal, analoog of een combinatie hiervan). Digitale simulaties werken meestal op basis van een wiskundig model, waarmee verschillende mogelijkheden voor de gesimuleerde werkelijkheid doorgerekend kunnen worden. Computers spelen een belangrijke rol in simulaties die fysieke systemen nabootsen zoals vliegsimulaties, virtual reality en weersverwachting. (Zie ook model).

single-tasking - single-tasking
Wijze van besturing van een computer, waarbij de computer slechts één taak tegelijk kan verwerken. Elke taak wordt eerst volledig afgehandeld, voordat met een nieuwe gestart wordt. (Zie ook multi- tasking).

single-user systeem - single-user system
Computersysteem, dat slechts aan één gebruiker tegelijk toegang biedt.
Voorbeeld: een PC voor privé gebruik. (Zie ook multi-user systeem).

software - Zie programmatuur.

spellingcontrole - spell(ing) checker
Het automatisch controleren en signaleren van mogelijke spel- en typefouten in teksten. Een spellingcontrole- programma meldt elk woord uit een tekst, dat niet voorkomt in de woordenlijst van het programma. (Zie ook grammatica-controle).

spreadsheet, rekenblad - spreadsheet
Software voor het maken van berekeningen en grafieken. De gegevens zijn op het scherm weergegeven in rijen en kolommen die een rekenblad met cellen vormen. Op en tussen de cellen kan men functies en relaties definiëren. Bij veranderen of toevoegen van gegevens in een cel veranderen de waarden in andere, aan die cel gerelateerde, cellen. De gegevens in geselecteerde cellen kunnen in een grafiek afgebeeld worden. Voorbeeld: om omzetcijfers te berekenen en weer te geven in een grafiek.

subroutine - Zie procedure.

systeem - system
Een geordend stelsel van elementen, dat als één geheel functioneert en een gezamenlijk doel beoogt. Deelsystemen kunnen bestaan uit mensen, apparaten, methoden, enzovoort. Er bestaan verschillende indelingen, zoals:
× gesloten systeem, open systeem: er is geen wisselwerking met de omgeving, respectievelijk wel wisselwerking met de omgeving, mogelijk;
× bestuurd, niet bestuurd: bestuurd door een extern, hogere-orde orgaan, respectievelijk niet bestuurd door een extern hogere-orde orgaan;
× deterministisch, niet deterministisch: van tevoren berekenbaar, voorspelbaar gedrag, respectievelijk niet van tevoren berekenbaar of voorspelbaar gedrag.

systeemontwikkeling - system development
Methode voor ontwerp en bouw van een nieuw of gewijzigd informatiesysteem of computersysteem. De fasering bestaat bijvoorbeeld uit specificeren, analyseren, ontwerpen, implementeren, testen en documenteren van het systeem.

systeemtheorie - system theory
Tak van de wetenschap, die zich bezighoudt met het ontwikkelen van methoden en technieken voor de beschrijving en ontwikkeling van systemen. Relevant voor informatica is onder andere de analyse van deelsystemen, hun structuur en relaties, stuursignalen, toestand en omgeving. Systeemleer binnen de informatica betreft informatiesystemen.

tablet, (grafisch -) - tablet, (graphics -), graphics pad
(Rand)apparaat in de vorm van een plat schrijfvlak, dat met bijvoorbeeld een lichtpen beschreven kan worden en waarvan het beeld in de computer ingevoerd wordt.
Voorbeeld: voor het maken van technische tekeningen.

tekstverwerken (WP) - word processing, text processing
Het invoeren, corrigeren, opmaken, vastleggen en printen van teksten, zoals brieven en verslagen. Voor tekstverwerking bestaan tekstverwerkingsprogramma's.

telecommunicatie - telecommunications
Communicatie van gegevens over een grote afstand met onder andere gebruik van straal-, zender-, satelliet-, kabel- en modemverbindingen.

teleconferentie, televergadering - teleconference
Vergadering met behulp van communicatieverbindingen tussen groepen mensen op afstand van elkaar. Voorbeeld: telefonisch vergaderen, video-conferenties via computernetwerken.

televergadering - Zie teleconferentie.

touchscreen, aanraakscherm - touchscreen
Beeldscherm bij een computer, waarvan bepaalde punten met een vinger aangeraakt kunnen worden om de computer bepaalde bewerkingen uit te laten voeren.
Voorbeeld: veel gebruikt op luchthavens, stations en in de horeca.

uniciteitsregel - uniqueness constraint
Voorschrift, dat aangeeft dat een (combinatie van) waarden van een object slechts één keer voor mag komen in een gegevensbestand.
Voorbeeld: een klant mag maar één keer voorkomen in een klantenbestand. (Zie ook beperkingsregel).

vector - vector
Grootheid met lengte en richting, die een positie in een ruimte vastlegt en die grafisch meestal voorgesteld wordt door een pijl.
Voorbeeld: lijnen op een computerscherm kunnen efficiënt opgeslagen en gemanipuleerd worden met behulp van vectoren.

virtuele werkelijkheid - virtual reality (VR)
Met behulp van een computer gesimuleerde werkelijkheid. De gebruiker krijgt een plaats in de virtuele werkelijkheid met behulp van computergeluid en -beeld, dat wordt aangestuurd door bijvoorbeeld een speciale helm en handschoenen. Door de snelle technologische ontwikkelingen is het mogelijk om VR steeds gedetailleerder en daardoor realistischer te maken.

virus - virus
Klein computerprogramma, dat zichzelf kopieert, zich in andere programma's nestelt en zich verspreidt via kopieën van programma's of via netwerken en dat de goede werking van het besmette computersysteem verstoort. Virussen kunnen veelal opgespoord en verwijderd worden met een virus-checkprogramma.

voettekst - footer
Tekst die door een tekstverwerkingsprogramma onderaan iedere pagina wordt afgedrukt, bijvoorbeeld voor de herhaling van hoofdstuktitels of andere informatie. (Zie ook koptekst).

vraagtaal - query language
Soort programmeertaal om door middel van korte vragen (queries) specifieke gegevens uit een database te halen. (Zie ook informatievraag).

waardenregel - domain constraint
Voorschrift, dat aangeeft welke waarden een bepaald object in een gegevensbestand mag aannemen.
Voorbeeld: een huisnummer is een geheel getal tussen 0 en 10000. (Zie ook beperkingsregel).

wachtwoord - password
Unieke en meestal aan één persoon bekende reeks tekens, die nodig zijn om toegang tot een bepaalde computer of tot een programma te krijgen (om in te loggen). Wachtwoorden dienen als beveiliging tegen ongeoorloofd gebruik. (Zie ook privacy).

WAN - Zie wide area netwerk.

werkstation - workstation
Een computersysteem dat is afgestemd op een specifieke werkplek of een computer in een netwerk (terminal). Voorbeeld: werkstation voor administratie van boekuitleen.

wide area netwerk (WAN) - wide area network
Computernetwerk, dat een groot gebied bestrijkt (eventueel wereldwijd) en waarvan de verbindingen met onder andere openbare verbindingen (telefoonnet) en satelliet worden gerealiseerd. In een WAN worden vaak lokale netwerken (LAN's) gekoppeld, zoals bij Internet. (Zie ook lokaal netwerk).

WP - Zie tekstverwerken.

WWW documenten - WWW documents
World Wide Web documenten: hypertekst-documenten voor het verschaffen van informatie op Internet. Deze documenten kunnen verwijzingen (hyperlinks) bevatten naar andere documenten op computers elders op Internet, waardoor een (world wide) web van aan elkaar gerelateerde informatie ontstaat. (Zie ook hypertekst en Internet).

zoekprocedure - search procedure
Algoritme voor het opzoeken van gegevens in een (computer)bestand.
Voorbeeld: een zoekprocedure in een klantenbestand naar alle klanten ouder dan 40 jaar of een zoekprocedure in een tekstbestand naar de letter 'g'.

© BC Broekhin Roermond
Privacybeleid | Gebruiksovereenkomst